spices

Leeractiviteiten voor flexibel onderwijs in 2 stappen

In mijn vorige blog schreef ik over de 5 bouwstenen van flexibel onderwijs:

  1. outputgerichte leeruitkomsten
  2. leerwegonafhankelijke toetsing
  3. onderwijsarsenaal met leeractiviteiten en -materiaal
  4. leerscenario’s
  5. coördinatie en organisatie

Vandaag wil ik inzoomen op het onderwijsarsenaal met leeractiviteiten en -materiaal. In de praktijk merken we dat dit arsenaal vullen een uitdagende taak is bij het ontwerpen. Dat geldt dan vooral voor leeractiviteiten. Het idee achter het arsenaal is dat een variëteit aan leeractiviteiten als het ware ‘op voorraad’ is. Die variatie maakt het mogelijk om verschillende leerroutes te nemen naar de leeruitkomst. Nu zit hem de kneep juist in die variatie. We zijn in het onderwijs gewend om voor één, door ons bedachte route, leer- en doceeractiviteiten te ontwerpen.

Wij hebben nagedacht over een manier om het ontwerpen van variatie in leeractiviteiten te ondersteunen. Een voorbeeld om deze ondersteuning te illustreren: een leeruitkomst voor een module luidt dat de professional in staat moet zijn om een begeleidingsgesprek te voeren met een cliënt. We laten hier even in het midden met wie en waarover dit gesprek moet gaan. De bijbehorende toets is een letterlijk verslag van een dergelijk gesprek met een reflectie: welke keuzes zijn gemaakt, waarom, wat ging goed en wat kan beter en waarom?
De vraag is nu: welke variatie aan leeractiviteiten bieden we aan bij deze leeruitkomst? En hoe bedenken we die variatie? We zetten hiervoor 2 stappen:

Stap 1: Welke soorten leeractiviteiten hebben we nodig?

Om leren op gang te brengen en goed leerresultaat te bereiken hebben we leeractiviteiten nodig voor de volgende functies:

Soorten leeractiviteiten naar functie *

  • Introductie/activeren van voorkennis en -vaardigheden
  • Instructie/demonstratie: van begeleidingsmethode of gesprekstechniek
  • Verwerking/Oefening van toepassing
  • Reflectie/zelfevaluatie

Voor ons voorbeeld kiezen we de bovenste soort leeractiviteit: Activeren van voorkennis en -vaardigheden.

Stap 2: Op welke aspecten van leren gaan we variëren?

Variatie kun je realiseren door te spelen met onderstaande aspecten van leren:

  • Waar/wanneer?
    De leeromgeving: online, in contact, werkpraktijk, mengvormen hiervan
  • Met wie?
    Samenwerkend of individueel
  • Van wie/wat?
    Leermateriaal, docent, praktijkbereider, peers
  • Wie stuurt het?
    Student <—–> docent (continuum)

We gaan voor ons voorbeeld variëren op de aspecten Waar/wanneer en Met wie. Op welke vormen komen we dan uit?

Vorm 1: online en gekoppeld aan werkpraktijk.
Bedenk en beschrijf een begeleidingsgesprek dat je al eens hebt gevoerd in de werkpraktijk, hoe ging dat?
a. met individueel leren: Stuur je beschrijving in voor feedback (door docent of praktijkcoach)
b. met samenwerkend leren: Wissel je beschrijving uit in een discussieforum: wat valt je op? Reageer op de ervaring van anderen.

Vorm 2: online
Als je met deze cliënt (online gepresenteerd, animatie of beschrijving in tekst) een gesprek zou moeten voeren wat denk je dan dat belangrijk is in de aanpak?
Kan weer gecombineerd worden met a of b.

Met dit kleine flexibiliserings-voorbeeld hebben we 4 leeractiviteiten gemaakt en hebben we het leren al wat gepersonaliseerd: wil je liever individueel leren met feedback, of wil je delen en ervaringen uitwisselen met peers? Heb je een werkpraktijk en heb je daarin een casus voor handen die je hiervoor kunt gebruiken? Heb je geen werkplek of heb je die wel maar wil je toch liever met een virtuele (door de opleiding bedachte) casus werken?

Meer weten of verder praten over ontwerp van flexibel onderwijs ? Bezoek onze website!

 

Bronnen

Merrill, M. D. (2002). First principles of instruction. Educational Technology Research and Development, 50(3), 43-59.
Lectorale rede Jos Fransen

 

Geplaatst in Geen categorie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *